No history yet

OpenADR 2.0b Architectuur

De OpenADR 2.0b Architectuur

In de wereld van energiemanagement opereert OpenADR 2.0b op een client-servermodel. De twee centrale rollen zijn de Virtual Top Node (VTN) en de Virtual End Node (VEN). Zie de VTN als de server-entiteit. Dit is doorgaans een nutsbedrijf, netbeheerder of een aggregator die Demand Response (DR) signalen uitzendt. De VEN is de client die deze signalen ontvangt en erop reageert. Dit kan een laadpaalbeheersysteem (CSMS), een gebouwbeheersysteem of zelfs een individuele laadpaal zijn.

De kracht van OpenADR zit in de hiërarchische structuur. Een entiteit kan tegelijkertijd een VEN en een VTN zijn. Een aggregator bijvoorbeeld, gedraagt zich als een VEN richting de landelijke netbeheerder (de 'top' VTN) door diens DR-signalen te ontvangen. Vervolgens acteert diezelfde aggregator als een VTN voor zijn eigen portfolio van laadpalen of gebouwen, door de ontvangen signalen (al dan niet aangepast) door te geven aan zijn eigen VEN's. Dit creëert een gelaagd model voor het managen van netstabiliteit.

Interactiepatronen: PULL vs. PUSH

De communicatie tussen een VTN en VEN kan twee vormen aannemen. Het meest voorkomende model is het (ook wel polling genoemd). Hierbij neemt de VEN periodiek contact op met de VTN om te vragen of er nieuwe DR-events, rapportverzoeken of andere instructies zijn. Dit is robuust omdat de VEN de communicatie initieert, wat goed werkt voor apparaten die achter een firewall staan.

Alternatief is het HTTP Push-model. Hierbij stuurt de VTN actief een bericht naar de VEN zodra er een event is. Dit vereist dat de VEN een publiek bereikbaar IP-adres en een open poort heeft, wat operationeel complexer kan zijn. De push-methode is nuttig voor acties die een zeer lage latentie vereisen.

Ter vergelijking: OCPP gebruikt doorgaans een persistente WebSocket-verbinding. Het laadstation (client) zet een permanente verbinding op met de CSMS (server), waardoor de server op elk moment commando's kan 'pushen' naar het laadstation. Dit is een fundamenteel ander interactiepatroon dan het veelal 'pull'-gebaseerde OpenADR.

KenmerkOpenADR 2.0bOCPP
Primaire RolNetinteractie & energiemarktApparaatbeheer & laadsessies
SleutelentiteitenVTN (server), VEN (client)CSMS (server), Laadpunt (client)
ModelHiërarchisch, marktgedrevenCentraal, operationeel
CommunicatieMeestal PULL (client-initiatief)Persistente WebSocket (server-initiatief)
FocusVraag/aanbod signalen (Events)Status, laadcommando's, configuratie

Profielen en Functionaliteit

OpenADR 2.0 is geen monolithisch protocol. De functionaliteit is opgedeeld in profielen. Hoewel er een profiel 'A' en 'C' bestaan, is het verreweg het meest geïmplementeerd en relevant. Dit profiel definieert een rijke set aan mogelijkheden, waaronder tweerichtingscommunicatie, het rapporteren van de actuele status en het energieverbruik (telemetrie), en ondersteuning voor zowel het PULL- als het PUSH-model. Als men spreekt over OpenADR in de context van EV-laden, wordt bijna altijd profiel 'B' bedoeld.

Door deze architectuur te begrijpen, zie je dat OpenADR is ontworpen voor een ander doel dan OCPP. Waar OCPP zich richt op de operationele details van een laadpaal, focust OpenADR op de communicatie met de energiemarkt. Ze vullen elkaar aan in een compleet ecosysteem voor slim laden.

Quiz Questions 1/5

Wat is de primaire rol van een Virtual Top Node (VTN) binnen het OpenADR 2.0b protocol?

Quiz Questions 2/5

Een aggregator ontvangt een DR-signaal van de landelijke netbeheerder. Vervolgens stuurt deze aggregator een aangepast signaal naar zijn portfolio van gebouwbeheersystemen. Welke rollen vervult de aggregator in dit scenario?